Haarverlies of haaruitval: Elke dag raken we wel wat haren kwijt. Dat is heel normaal. Maar je schrikt als je opeens een hele pluk haar verliest. Hoe kan dat? Daar kunnen verschillende oorzaken voor zijn. Het goede nieuws is dat vaak – hoewel niet altijd – haarverlies vanzelf weer over gaat en je je gewone haardos weer terugkrijgt. Maar hoe werkt die haargroei eigenlijk? Wat kunnen oorzaken zijn van haaruitval? En wat kun je zelf doen? Dat en meer in dit blog.
Wat is haar?
Haar lijkt misschien iets eenvoudigs, maar het is eigenlijk een bijzonder onderdeel van ons lichaam. Elk haartje dat je ziet, is een dode vezel die uit de huid groeit. Het levende deel zit onder de huid, in een kleine structuur die we de haarfollikel noemen. In die follikel worden nieuwe cellen gemaakt die naar boven worden geduwd. Zo groeit het haar steeds verder.
Hoe zit haar in elkaar?
Een haar bestaat uit verschillende lagen. De buitenste laag beschermt het haar, de binnenste lagen geven het haar zijn stevigheid en vorm. De vorm van het haar – stijl, golvend of krullend – wordt bepaald door de bouw van deze lagen en door erfelijke factoren. Gemiddeld heeft een mens tussen de 90.000 en 150.000 haren op het hoofd. Elke dag verlies je er ongeveer 100 tot 150. Dat is normaal en hoort bij de natuurlijke cyclus van haargroei. Haar is bovendien een belangrijk signaal: het laat zien dat iemand gezond is, vruchtbaar, volwassen of sociaal sterk. Daarom vinden mensen in vrijwel alle culturen vol, glanzend haar aantrekkelijk.
Hoe groeit het haar normaliter?
Haar groeit in verschillende fases. Niet alle haren zitten tegelijk in dezelfde fase, en dat is maar goed ook, want anders zouden we periodes hebben waarin al ons haar tegelijk uitvalt. De groeicyclus bestaat uit drie fases:
- De groeifase (anagene fase)
Dit is de belangrijkste fase. Ongeveer 80% van al het haar op je hoofd zit op elk moment in deze fase. Deze periode duurt gemiddeld 2 tot 7 jaar. Hoe langer deze fase duurt, hoe langer je haar kan worden. Een haar kan in deze fase tot wel 80 centimeter groeien. - De overgangsfase (katagene fase)
In deze korte fase bereidt de haarwortel zich voor om het haar los te laten. De groei stopt en de verbinding met de bloedvaten wordt zwakker. - De rustfase (telogene fase)
Ongeveer 10 tot 15% van je haren zit in deze fase. Het haar blijft nog even zitten, maar groeit niet meer. Uiteindelijk valt het uit wanneer een nieuwe haar begint te groeien en de oude naar buiten duwt.
De haarfollikels
De haarfollikel is een bijzonder plekje in het lichaam. Het heeft een soort “beschermingszone” tegen het immuunsysteem. Dat betekent dat het immuunsysteem normaal gesproken niet zomaar de haarwortel aanvalt. Dit is nodig omdat de haarfollikel heel gevoelig is en snel beschadigd kan raken door ontstekingen. Als deze bescherming verstoord raakt, kan dat leiden tot bepaalde vormen van haaruitval. Ook de omgeving van de huid speelt een rol. Als de huid ontstoken is, slecht doorbloed is of weinig energie heeft, kan dat de haargroei remmen. Haar maken kost namelijk veel energie. De cellen die nieuw haar vormen, delen snel en hebben veel brandstof nodig.
Welke vormen van haarverlies zijn er?
Er bestaan verschillende soorten haaruitval. De drie belangrijkste zijn:
- Diffuus haarverlies (telogeen effluvium)
Hierbij valt het haar gelijkmatig over het hele hoofd uit. Het haar wordt dunner, maar er ontstaan geen kale plekken. Dit gebeurt wanneer veel haren tegelijk te vroeg in de rustfase terechtkomen. Vaak gebeurt dit ongeveer drie maanden na een trigger, zoals ziekte, stress of een tekort aan voedingsstoffen. - Alopecia androgenetica (erfelijke haaruitval)
Dit is de meest voorkomende vorm van haaruitval bij zowel mannen als vrouwen. Bij vrouwen wordt vooral het haar bovenop het hoofd dunner, terwijl de haargrens meestal blijft staan. De haarzakjes worden kleiner onder invloed van bepaalde hormonen, waardoor de haren steeds dunner worden en uiteindelijk verdwijnen. - Alopecia areata (auto-immuun haaruitval)
Hierbij ontstaan plotseling ronde of ovale kale plekken. Het immuunsysteem valt dan de haarwortels aan. Ongeveer 2% van de mensen krijgt dit ooit. De exacte oorzaak is niet helemaal duidelijk, maar het heeft te maken met een verstoring van de beschermingszone rond de haarfollikel.
Wat kunnen oorzaken zijn van haaruitval?
Haaruitval kan veel verschillende oorzaken hebben. Vaak is het niet één ding, maar een combinatie van factoren. De meest voorkomende oorzaken zijn:
- Lichamelijke stress of ziekte. Het lichaam verdeelt energie naar de belangrijkste functies. Haargroei is geen prioriteit als je ziek bent of herstelt. Daarom kan haaruitval ontstaan na een zware infectie, hoge koorts, een operatie, een bevalling, een ongeluk, een chronische ziekte.
- Tekorten aan voedingsstoffen, vooral tekorten aan ijzer, zink en vitamine D, omdat ze nodig zijn voor de groei van haarcellen.
- Hormonale veranderingen, zoals bij zwangerschap, bevalling, tijdens de overgang of bij schildklierproblemen.
- Bijwerkingen van medicijnen, zoals bloedverdunners, antidepressiva, antipsychotica, sommige antibiotica, statines en schildkliermedicatie. Bij chemotherapie is haaruitval een heel bekende bijwerking.
- Psychische stress door verstoring van de energiebalans en ontstekingen in het lichaam. Dit zorgt voor meer haren in de rustfase.
- Slechte doorbloeding of ontsteking van de huid.
- Auto-immuunreacties.
- Voeding en leefstijl: Sterk bewerkte voeding, veel alcohol, verzadigde vetten en bepaalde zuivelproducten kunnen bijdragen aan haaruitval, vooral bij erfelijke haaruitval.
Welke rol kunnen hormonen spelen?
Hormonen hebben een veel grotere invloed op haargroei dan de meeste mensen denken. Ze bepalen niet alleen hoe snel je haar groeit, maar ook hoe sterk, dik en gezond het blijft. Wanneer hormonen uit balans raken, kan dat een directe impact hebben op de haarcyclus. Je kunt denken aan de volgende hormonen:
- Testosteron: Dit speelt vooral een rol bij erfelijke haaruitval, ook wel alopecia androgenetica. Bij vrouwen speelt dit proces anders dan bij mannen. Vrouwen worden meestal niet volledig kaal, maar krijgen vooral dunner haar op de kruin. Rond de overgang is dit extra merkbaar. Tijdens de menopauze dalen de oestrogeen- en progesteronspiegels snel. Oestrogeen helpt normaal gesproken om de haargroei te ondersteunen, en progesteron remt de omzetting van testosteron.
- Schildklierhormonen zijn essentieel voor een normale haargroei. Wanneer de schildklier te traag werkt, kan het haar dunner worden en sneller uitvallen.
- Stresshormonen zoals cortisol kunnen de haargroei remmen wanneer ze langdurig verhoogd zijn. Cortisol stuurt het lichaam namelijk in een soort “spaarstand” waarbij energie naar belangrijke organen gaat en niet naar haarproductie. Dat kan leiden tot diffuus haarverlies waarbij veel haren tegelijk in de rustfase terechtkomen.
- Zelfs hormonen zoals prolactine en melatonine hebben invloed. Prolactine lijkt een regulerende rol te hebben, terwijl melatonine juist een beschermend en groeibevorderend effect kan hebben. Het laat zien hoe gevoelig het haar is voor de hormonale balans in het lichaam.
De psychische belasting van haarverlies
Haaruitval gaat niet alleen over wat je op je hoofd ziet, het raakt ook hoe je je voelt. Voor veel mensen is haar een belangrijk onderdeel van hun identiteit. Het staat voor jeugd, gezondheid, schoonheid en zelfvertrouwen. Wanneer je merkt dat je haar dunner wordt of uitvalt, kan dat een grote emotionele impact hebben. Veel mensen ervaren onzekerheid, schaamte of angst. Je kunt het gevoel hebben dat je de controle verliest over je lichaam. Soms durf je niet meer in de spiegel te kijken of voel je je minder aantrekkelijk.
Stress
Het kan ook stress geven in sociale situaties, of je kunt bang zijn dat anderen het zullen opmerken. Die stress kan het haarverlies zelfs verergeren, waardoor je in een vicieuze cirkel terechtkomt. Het is belangrijk om te weten dat deze gevoelens normaal zijn. Haaruitval is een ingrijpende ervaring, en het is logisch dat dit iets met je doet. Het kan helpen om erover te praten met iemand die je vertrouwt, of met een professional als het je dagelijks leven beïnvloedt. Ook kan het helpen om te weten dat veel vormen van haaruitval tijdelijk zijn en vanzelf herstellen. En zelfs bij blijvende vormen zijn er manieren om het proces te vertragen of het haar voller te laten lijken.
Wat kun je doen met voeding en leefstijl bij haarverlies?
Hoewel haaruitval vaak meerdere oorzaken heeft, kun je met voeding en leefstijl veel doen om je haar te ondersteunen. Dat is ook wel logisch als je bedenkt dat het maken van nieuwe haarcellen veel bouwstoffen en energie vraagt. Wanneer je lichaam ergens anders energie voor nodig heeft, bijvoorbeeld door stress, ziekte of tekorten, dan is haargroei een van de eerste processen dat wordt teruggeschroefd. Zorgen voor voldoende voedingsstoffen is dus essentieel. Enkele belangrijke aspecten zijn:
- Zorg voor voeding met de stoffen ijzer, zink, vitamine D en E.
- CO-enzym Q10 kan helpen de energieproductie in de mitochondriën te ondersteunen.
- Gebruik geen acohol.
- Soms is er verband met vetrijke kazen voor een hoger risico op haaruitval.
- Zorg voor een gezonde huid: eet antioxidanten en vitamine E.
- Wat betreft leefstijl kun je het volgende doen:
– Verlaag je stress level en leer er beter mee omgaan.
– Dagelijkse beweging is goed voor de doorbloeding, het ondersteunt de hormoonbalans en vermindert stress. Je hoeft geen topsporter te worden: gewoon elke dag een eindje wandelen kan al verschil maken. - Heb geduld als je te maken hebt met haaruitval. Haar groeit langzaam en het duurt vaak maanden voordat je verbetering ziet. De haarcyclus werkt in fases en het kan drie tot zes maanden duren voordat nieuwe haren zichtbaar worden. Dat maakt het extra belangrijk om consistent te blijven met gezonde gewoonten.




